Home Wat wil TVL? Advies bestemmingsplan juli 2006

Advies

van de werkgroep KLV

inzake herziening Bestemmingsplan Buitengebied


VERANTWOORDING

Doelstelling advies

TVL is gesprekspartner bij de herziening Bestemmingsplan Buitengebied. De Gemeente Texel heeft TVL gevraagd haar vooraf te adviseren bij de herziening.

Het advies moet bijdragen aan het creëren van een bestemmingsplan waarin de typische Texelse waarden behouden blijven, dat voorwaardenscheppend is voor het behoud en de uitbreiding van de diversiteit in het aanbod van vakantiewoningen, waarin ook ruimte is voor creativiteit en originaliteit en voor flexibel ondernemerschap.

Taakstelling werkgroep

Het TVL-bestuur heeft de diverse sectoren binnen TVL gevraagd adviespunten aan te dragen, zo ook de KLV, THV en GroeT. THV heeft na diverse benaderingen te kennen gegeven geen op- of aanmerkingen te hebben, derhalve heeft de werkgroep zich uitsluitend bezig gehouden met de aandachtspunten vanuit de kleine logiesverstrekkers en GroeT.

Samenstelling werkgroep

De werkgroep was als volgt samengesteld:

Siebrand Lups, Frits Agter, Kees Haarsma, Alfred Bakker, Klaas Tjepkema en Hans Bakker (voorzitter). Door deze samenstelling waren zowel de kleine recreatie-ondernemers, particuliere verhuurders als kampeerboeren bij de adviesvoorbereiding betrokken. Ria Manse verzorgde de secretariële ondersteuning. De werkgroep is zes keer bijeen geweest.

Werkwijze werkgroep

De werkgroep heeft binnen de eigen gelederen aandachtspunten geïnventariseerd en uitgewerkt.

Ook aandachtspunten van GroeT zijn beoordeeld, maar hebben niet geleid tot concrete adviezen.

Bij vergelijkbare gemeentes is navraag gedaan naar de invulling van de Recreatie in hun bestemmingsplannen. Bij de Gemeente Texel is informatie opgevraagd over bouwvoorschriften voor recreatiewoningen. Bij de Provincie Noord-Holland is geïnformeerd naar subsidiemogelijkheden m.b.t. de ontwikkeling van plattelandstoerisme, met name inzake de mogelijkheden daarin voor de kampeerboeren. Recron is benaderd in het kader van afstemming van aandachtspunten.

De werkgroep laat de uiteindelijke afstemming van aandachtspunten vóór uitbrengen advies aan gemeente over aan het TVL-bestuur. Die afstemming zal in de opinie van de werkgroep niet alleen dienen plaats te vinden binnen de sectoren van de TVL, maar ook daarbuiten, zoals met TVO.

RO, RK, vakantiewoning

In de uitwerking komen regelmatig de afkortingen RO en RK voor. Deze staan voor recreatieve opstallen (bij particulieren), resp. kleinschalige recreatieterreinen en refereren aan het vigerende bestemmingsplan.

De werkgroep neemt het standpunt van het TVL-bestuur over om in het nieuwe bestemmingsplan voortaan uitsluitend de term 'vakantiewoning' te hanteren als vervanging van 'recreatiewoning', 'recreatieopstal', 'zomerhuis', 'zomerwoning', 'appartement' en wat dies meer zij, omdat dit de bestemming en het doel van de woning beter verwoordt.

Aantallen vakantiewoningen, slaapplaatsen

Bij de samenstelling van het advies is gekeken naar de aanwezigheid van slaapplaatsen in het buitengebied. Vanzelfsprekend zijn alle kampeerboerderijen en vrijwel alle groepsaccommodaties daar te vinden. Van de hotels/pensions zijn slechts enkele buiten de dorpen gevestigd (Pelikaan, Texel, De Kievit, Texel Airport, Prins Hendrik).

Tellingen van TVL geven geen duidelijkheid omtrent de ligging van de vakantiewoningen. Op basis van telling op de plankaart van 1995 kan geconcludeerd worden dat er sprake is van enkele honderden vakantiewoningen (RO’s en RK’s) in het buitengebied, naar schatting ca 15% van het totaal.

 

ADVIES

1. Flexibilisering

De werkgroep is groot voorstander van het flexibel kunnen invullen van voorschriften, waarbij de voorschriften dus meer de randvoorwaarden en grenzen aangeven dan dat ze een gedetailleerde opsomming van te hanteren regeltjes zijn. Uitgangspunt daarbij is dat de recreatieondernemer zeer goed in staat is om zelf te beoordelen welke invulling van zijn terrein het beste is. Het gaat om de volgende mogelijkheden.

1.1 Flexibel bouwen binnen de grenzen van zowel het bestemmingsvlak als het bebouwingsvlak

De grenzen worden nu zeer strak gehanteerd, wat lang niet altijd overeenkomt met de mogelijkheden van een andere, betere inpassing in het landschap. Zo kan bij het bebouwingsvlak zelfs gedacht worden aan het aangeven van het aantal vierkante meters waar binnen gebouwd mag worden. Daarbij moet dan wel rekening worden gehouden met een vergroting van het bebouwingsoppervlak als het vloeroppervlak van de vakantiewoning vergroot mag worden. Op deze wijze kan een particulier met één of enkele vakantiewoningen deze op een attractiever wijze plaatsen op zijn erf, gebruikmakend van natuurlijke mogelijkheden.

Op dezelfde wijze kan een recreatieondernemer de verandering of uitbreiding van zijn RK binnen het bestemmingsvlak dikwijls beter landschappelijk inpassen, zeker op gronden waarvan hij of al eigenaar is of het eigendom kan verwerven.

Goedkeuring van een ingediend bouwplan kan geschieden o.b.v. situatieschets, aantal m2’s en visuele inpasbaarheid.

1.2 Flexibel invullen van vakantiewoning

O.a. door de vergrijzende markt neemt de vraag naar kleine, betaalbare verblijfsaccommodaties toe.

Er is momenteel een gebrek aan voldoende 2-persoons eenheden. Bij nieuw- of verbouw van een vakantiewoning is de mogelijkheid aanwezig om deze op te splitsen in kleinere eenheden die ieder een volwaardige en tenminste standaard voorziene accommodatie bieden. Het spreekt voor zich dat alles aan het bouwbesluit dient te voldoen. Voorwaarde voor een dergelijke opsplitsing is wel dat het bebouwd oppervlak van de vakantiewoning bij particulieren volgens het nieuwe bestemmingsplan vergroot wordt van 55 m2 naar 70 m2, zodat er bijv. 2 eenheden van 35 m2 kunnen ontstaan.

De bezetting van een opgesplitste vakantiewoning kan nooit meer bedragen dan van een vakantiewoning die als één eenheid aangeboden wordt. In het bestemmingsplan blijft een opgesplitste vakantiewoning dan ook als één vakantiewoning geboekt staan en beïnvloedt derhalve niet de telling van het aantal slaapplaatsen. Aanslagen inzake gemeentelijke belastingen en t.b.v. civiele voorzieningen (Hoogheemraadschap, Uitwaterende Sluizen) blijven ook op één vakantiewoning gebaseerd.

Op deze wijze is het ook mogelijk om later een opgesplitste vakantiewoning weer terug te brengen tot één eenheid, indien de markt daar om zou vragen.

1.3 Flexibel hanteren van hoogtes

Het star hanteren van maximale goot- en nokhoogtes beperkt de vrijheid om, daar waar het binnen de omgeving past, de vakantiewoning apart vorm te geven. De werkgroep pleit derhalve voor het loslaten van deze maxima.

1.4 Flexibel toepassen van 25% regeling

De huidige mogelijkheid om kleinschalige bedrijven met 25% te laten uitbreiden moet gehandhaafd blijven. Daarbij dienen ook de oude rechten nog gehandhaafd te blijven, tenminste gedurende de geldigheidstermijn van het nieuwe bestemmingsplan. Om deze oude rechten te waarborgen moeten deze op de plankaart worden aangegeven. Hiermee worden de kleine recreatieondernemers in de gelegenheid gesteld om gedurende een langere periode zelf het meest geschikte moment te bepalen waarop zij tot herinvestering kunnen en willen overgaan. Het mag en kan niet zo zijn dat de Gemeente herinrichting van slaapplaatsen afdwingt en bij het niet navolgen ervan mogelijk slaapplaatsen verhuist. De slaapplaatsen dienen locatiegebonden te blijven.

Dit betekent dat de Gemeente er rekening mee zal moeten houden dat bij de beoordeling van beddencapaciteit er nog uitstaande uitbreidingsmogelijkheden zijn; deze moeten zo zorgvuldig mogelijk in kaart worden gebracht.

2. Vergroting bebouwd oppervlak

De vraag van de consument naar meer ruimte dan wel comfort neemt toe en daar zal aan voldaan moeten worden om ons niet langzaam maar zeker uit de markt te prijzen. Ook spelen de veranderde inzichten in de bouwfysica een rol met als gevolg dat de benutbare vierkante meters vloeroppervlak afnemen om tegemoet te komen aan o.a. betere isolatievoorwaarden. Dat is op zich niet erg als we weten dat veel recreatieondernemers bereid zijn om duurzaamheid in hun vaandel mee te nemen.

Derhalve stelt de werkgroep voor om het bebouwd oppervlak begane grondvloer van een vakantiewoning bij particulieren te vergroten tot 80 % van het hoofdgebouw met een max. van 70 m2. Daarbij zou dan ook rekening moeten worden gehouden met de mogelijkheid om het hoofdgebouw te vergroten, meer dan de regelgeving nu toestaat en aangepast aan de huidige woonwensen en -eisen. Als dit eventueel het bebouwingsvlak overschrijdt, moet gebruik gemaakt kunnen worden van (voormalige) agrarische grond.

Om dezelfde redenen wordt voorgesteld het bebouwd oppervlak van vakantiewoningen op een RK

te vergroten tot max. 100 m2, ongeacht de grootte van het hoofdgebouw.

Het aanbrengen van een ondergrondse garage-inrit mag niet ten koste gaan van het aantal vierkante meters bebouwd oppervlak. Dat zou kwaliteitsverlagend zijn, terwijl een dergelijke inrit juist kwaliteitsverhogend is door de vermindering van auto's in het (open) landschap.

3. Bestemming agrarische grond omzetten in recreatie

Zoals hierboven onder 2 reeds aangegeven bestaat de mogelijkheid dat bij vergroting van het bebouwd oppervlak van vakantiewoningen er een beroep wordt gedaan op agrarisch bestemde grond. Voor een uitbreiding zal deze grond dan een recreatiebestemming dienen te krijgen. Veelal is bij het RK de grond al in eigendom van de recreatieondernemer. Het zal vrijwel altijd om relatief kleine oppervlaktes gaan, waarbij de voorwaarde gesteld kan worden dat het nieuw te bestemmen uitbreidingsdeel niet gebruikt mag worden voor het plaatsen van gebouwen, maar wel voor uitbreiding van groenvoorzieningen. Een voorbeeld hiervan is momenteel de uitbreiding van 'De Witteberg' t.b.v. speel- en parkeervoorziening.

Eén en ander laat onverlet dat de werkgroep van mening is dat het gemeentelijk beleid om 4000 ha grasland in stand te houden gehandhaafd moet blijven.

4. Vergroting centrale voorzieningen

Voor de RK-bestemde terreinen is het gewenst om de centrale voorzieningen te vergroten van 25 naar 40 m2 per eenheid met een maximum van totaal 250 m2. Op deze wijze kan de recreatieondernemer beter inspelen op de veranderende markt. De begripsomschrijving dient derhalve ook ruim geïnterpreteerd te kunnen worden, echter zonder in conflict te komen met bestaande regelgeving zoals bijv. inzake het uitvoeren van horecadienstverlening. Te denken valt aan receptie, gemeenschappelijke ruimte, opslag / stalling van accessoires / machines, onderhoudswerkplaats e.d.

5. Vakantiewoningen in stolpen

Een meerderheid binnen de werkgroep onderschrijft het gemeentelijk beleid inzake de bouw van vakantiewoningen in monumentale karakteristieke stolpen om deze daardoor in stand te houden. Dezelfde meerderheid onderschrijft ook dat de slaapplaatsen in deze vakantiewoningen ten koste gaan van de slaapplaatsen op een eventueel aanwezige kampeervergunning. Het bewaken van het slaapplaatsenbeleid en de bewaking van de druk en kwetsbaarheid van het agrarische gebied zijn daarvoor de belangrijkste redenen.

Toch wil de werkgroep hier wijzen op de opzet van boerenkamerprojecten als mogelijkheid om het inkomen van de agrariër aan te vullen. Kennismaking van de gast met het leven op de boerderij wordt door de werkgroep gezien als een belangrijke toeristische waarde. Vanuit de Provincie Noord-Holland en 'Kop en Munt' zijn daar subsidiemogelijkheden voor beschikbaar.

6. Verplaatsing van slaapplaatsen

De werkgroep benadrukt zich te conformeren aan het standpunt van TVL:

verplaatsing kleinschalig toestaan binnen de eigen sector en ten hoogste naar concentratiegebieden, de diversiteit handhavend en ter verbetering van de kwaliteit.

7. Aanpassing aan waterhuishouding

Door veranderend waterhuishoudingbeleid van Gemeente, Waterschap en Hoogheemraadschap (Masterplan Water Texel) zal het gemiddeld waterpeil hoger komen te staan. Met name in de lager gelegen (polder)gebieden kan dit bezwaarlijk worden voor de bouw van (vakantie)woningen.

De werkgroep stelt derhalve voor om daar bij nieuwbouw voortaan 40-50 cm hoger te bouwen dan het maaiveld om wateroverlast te vermijden.

8. Alternatieve energie

De werkgroep propageert het gebruik van meer schone energie, maar dit mag niet ten koste gaan van de landschappelijke waarden. Texel te kunnen presenteren als een “schoon” energie-eiland heeft een grote toeristische waarde. Maar er zal zeer omzichtig moeten worden omgesprongen met de inrichting van het landschap en de installaties die nodig zijn om schone energie te krijgen. Concentraties van te veel eentonige landbouwgewassen en plaatsing van landschapsontsierende installaties (met name windmolens en grote zonnepalen) dienen vermeden te worden.

Als er al gedacht wordt aan een biovergassingsinstallatie dient deze i.v.m. de beschikbare infrastructuur op het bedrijventerrein van Oudeschild geplaatst te worden. Gewasteelt voor biovergassing dient zo veel mogelijk verspreid te zijn. Windmolens dienen vermeden te worden en energieopwekking door zonnepalen dient slechts op kleine schaal en verspreid te worden toegepast.

9. Duisternis op Texel

Iedere nieuwe rotonde levert al weer gauw zo'n 20 lantaarnpalen op, tegenwoordig met fel wit licht

(zie Rozendijk). Het verdient aanbeveling om daar kritisch naar te kijken, niet van dichtbij, maar eens van veraf om dan te constateren dat het zeer landschapsontsierend is. Als er al licht nodig is, laat het dan een gedempt geel licht zijn. De verkeerssnelheid op Texel is op vele plaatsen al aangepast, dikwijls nog lager dan de max. toegestane 80 km per uur. Dit geeft de mogelijkheid om minder licht aan te brengen. Ook hier verdient het aanbeveling om te beoordelen of en waar echt lantaarnverlichting noodzakelijk is. Goede suggesties voor niet hinderlijke verlichting van wegen zijn te vinden op www.platformlichthinder.nl.

10. Ruitertoerisme

De werkgroep propageert de kleinschalige ontwikkeling van ruitertoerisme in het buitengebied, met name op het oude land van Texel. Dat betekent dat het in het buitengebied mogelijk moet zijn ruiterpaden aan te leggen in agrarische gebieden, dat er logeeraccommodaties voor paard en ruiter gemaakt kunnen worden op boerderijen en dat er aansluitingen plaatsvinden op het bestaande ruiterpadennet.

11. Fiets- en wandelpadennet

Evenals de ontwikkeling van een breder ruiterpadennet is het ook de wens om het fiets- en wandelpadennet verder te ontwikkelen. Het gaat daarbij eerder om meer toeristische dan doorgaande routes, m.a.w. brede paden hoeven niet, leuke wel. Ook hier stelt de werkgroep voor om de Oost-West verbindingen te optimaliseren en daar de planologische ruimte voor te creëren.